In 2009 heeft het Europees Parlement zich onder meer uitgesproken over de richtlijnen voor duurzame energie in Europa. Vastgesteld is, dat in 2020 van het Europese energiegebruik 20% uit duurzame bronnen moet komen, zoals wind- en zonne-energie, waarbij de doelstellingen per lidstaat bepaald zijn. Voor Nederland is dat een percentage van 14% duurzame energie op het totale energieverbruik.

In 2014 werden de nieuwe doelstellingen van de Europese Commissie bekend. De nationale doelen voor duurzame energie zijn niet meer verplicht, maar wel een bindende doelstelling van 20% aan duurzame energie voor 2020 en 27% in 2030 voor de hele Europese Unie.

Hoe staan de afzonderlijke lidstaten er nu voor?
Eurostat (onderdeel van de Europese Unie dat is belast met het genereren van statistische gegevens) leverde eind 2013 de laatste gegevens over 21 van de in totaal 28 landen. Een aantal landen doet blijkbaar langs de zijlijn mee.

Zweden, Bulgarije en Litouwen voldoen ruimschoots aan hun verplichtingen, op de voet gevolgd door Roemenie, Italië, Tsjechië, Finland en Oostenrijk. Verwacht wordt dat Duitsland en Denemarken hun doelstelling voor 2020 wel gaan halen. Concluderend is gesteld dat de EU als geheel de doelstelling van 20% gaat halen in 2020.

Opvallend is wel dat vier sterke landen, waaronder ook Nederland, binnen de EU achterblijven. De verwachting is dat naast Nederland, ook Ierland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk de landelijke doelstellingen niet zullen halen.

Een lange weg voor Nederland
Van het elektra verbruik in Nederland blijkt slechts 4,5% afkomstig van duurzame bronnen als zon- en windenergie. De overheid wil dit percentage voor Nederland laten groeien tot 14% in 2020 en 16% in 2023. In 2050 zou de energievoorziening helemaal duurzaam moeten zijn.

Om aan de huidige energievraag in Nederland te voldoen en deze voorlopig veilig te stellen, worden drie nieuwe energiecentrales gebouwd aan de Eemshaven en op de Maasvlakte. Nederlandse energiecentrales hebben – ter vervanging van aardgas – nog niet eerder zoveel kolen verstookt als in het afgelopen halfjaar. Energiemaatschappijen zeggen wel toe meer duurzame energie te gaan produceren, maar vooralsnog mogen ze zelf bepalen welke fossiele brandstof ze gebruiken voor hun energie opwekking. Momenteel gooit vooral de lage prijs voor fossiele brandstoffen, roet in het eten.

Maar niet alleen de lage prijzen zorgen ervoor dat Nederland achterblijft in duurzame energie. De prijzen van zonnepanelen zijn bijvoorbeeld in Duitsland een stuk lager. Dit komt omdat Duitsland de subsidiekraan voor duurzame energie wat verder openzet dan Nederland. Duitsland heeft veel geld gestoken in enorme zonneparken waardoor zonne-energie nu een groot onderdeel uitmaakt van de totale energieproductie in Duitsland.

Subsidies Nederland
Met de subsidieregeling SDE+ stimuleert het ministerie van Economische Zaken de ontwikkeling van duurzame energie bij Nederlandse bedrijven en (non-profit) instellingen. Zij kunnen aanspraak maken op subsidies, waarvoor in 2015 een budget van 3,5 miljard euro beschikbaar is gesteld.

Kleinere systemen, die gelden voor particulieren, worden in niet gesubsidieerd. Particulieren en kleinverbruikers kunnen de verbruikte en geleverde elektriciteit salderen en worden volgens de overheid, door de vermeden leveringskosten, energiebelasting en eventuele BTW, in voldoende mate gecompenseerd.

Toch is het zelfs zonder subsidie voor huiseigenaren aantrekkelijker om zelf zonne-energie op te wekken dan stroom af te nemen van een energiebedrijf. Het is een investering die zeker op langere termijn positief bijdraagt aan het huishoudelijke kasboekje.

De vraag is of de overheid meer zou moeten overlaten aan particulieren door ook hun subsidies te gunnen. De huidige ongelijkheid in subsidieverstrekking aan grote ondernemers en niet aan particulieren zou er niet moeten zijn. Immers, wanneer meer burgers bijdragen aan duurzame energie, zouden we tot veel meer komen dan nu het geval is: eendracht maakt macht.

Volgens het CBS telt Nederland nu ruim 7,5 miljoen huishoudens. Bij een kwart miljoen huishoudens komt de stroom inmiddels van zonnepanelen. De aanvragen van particulieren nemen dagelijks toe en ook per huishouden worden meerdere zonnepanelen gemonteerd. De verwachting is dat deze groei zal voortzetten. Buren en kennissen zijn hierin een stimulerende factor. Van de huidige opgewekte zonnestroom, wordt nu per huishouden ongeveer 30% verbruikt. De rest wordt teruggeleverd aan energieleveranciers. De verwachting is dat dit in de toekomst alleen nog maar meer zal worden.